Verjaring historische gevallen van bodemverontreiniging

Op basis van de absolute verjaringstermijn zijn alle vorderingen van schade jegens de veroorzakers van historische gevallen van verontreiniging, voor zover deze vorderingen niet tijdig zijn gestuit, in beginsel op 1 januari 2017 verjaard.

Gepubliceerd in het tijdschrift Bodem nr. 4, augustus 2016:

Bij het aanspreken van een veroorzaker op de veroorzaking van een historische verontreiniging zal de veroorzaker een beroep op verjaring van de vordering tot schadevergoeding kunnen proberen te doen. Als een vordering verjaard is betekent dat dat de rechtsvordering teniet gaat. Het beschermde recht blijft bestaan, maar kan dan niet langer in rechte worden geëffectueerd. In de praktijk blijft in geval van een succesvol eroep op verjaring degene die de vordering heeft doorgaans met lege handen achter.

Over verjaring (en stuiting daarvan) is heel veel jurisprudentie en literatuur beschikbaar en het onderwerp is veel te complex om daarop in dit artikel volledig te kunnen ingaan. Van belang voor dit artikel is dat er op grond van artikel 3:310 van het Burgerlijk Wetboek (BW) twee verjaringstermijnen voor milieuschade zijn. Er is ten eerste een zogenaamde “relatieve verjaringstermijn” van 5 jaar. Deze termijn begint te lopen zodra de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (artikel 3:310 lid 1 BW). Kort door de bocht: als een eigenaar weet dat de bodem van zijn eigendom is verontreinigd en wie de veroorzaker is, moet hij binnen vijf jaar daarna een vordering instellen of zijn vordering stuiten. Als hij dat nalaat, is zijn vordering verjaard. Degene die wordt aangesproken moet daar overigens wel een beroep op doen.

Daarnaast geldt er nog een zogenaamde “absolute verjaringstermijn” die voor milieuschade dertig jaar bedraagt. De vordering tot schadevergoeding van milieuschade verjaart in ieder geval door verloop van dertig jaren na de schadeveroorzakende gebeurtenis (artikel 3:301 lid 2 BW). Deze lange termijn is opgenomen in het kader van de rechtszekerheid. Dat laatste heeft te maken met de belangen van de veroorzaker, die bijvoorbeeld bij een verweer tegen de vordering in de problemen kan komen omdat het vaststellen van feiten niet goed meer mogelijk is. Op grond van de absolute verjaringstermijn zijn alle vorderingen van schade jegens de veroorzakers van historische gevallen van verontreiniging, voor zover deze vorderingen niet tijdig zijn gestuit, in beginsel op 1 januari 2017 verjaard. Na 1 januari 1987 is er immers geen sprake meer van een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging maar geldt alleen nog de zorgplicht van artikel 13 Wbb.

Klik hier voor het volledige artikel uit tijdschrift Bodem.

bron: Tijdschrift Bodem nr. 4, augustus 2016
« Terug naar het nieuwsoverzicht

Neemt u gerust contact op met een van onze kantoren

of vraag vrijblijvend een offerte bij ons aan via ons contactformulier.

route naar Zuidwolde
route naar Appingedam
route naar Almere